
In het Balinese hindoeïsme ziet men de mens zelf als een microkosmos. Ook de voorwerpen die mensen maken om processen in de macrokosmos tijdens rituelen te beïnvloeden hebben dezelfde structuur. Balinezen voelen zich afhankelijk van goden en voorouders; voor geluk en bescherming, goede oogst en een lang leven. Om de bewoners van de bovenwereld en de demonen in de beneden wereld gunstig te stemmen, brengen zij offers. Dagelijks leggen vrouwen overal kleine offertjes neer; grotere rituelen vinden op vastgestelde tijdstippen plaats in één van de duizenden tempels die het eiland rijk is.